Je hebt drie broeken in de kast in maat 38 en er is er precies één die zit zoals je wilt. Bij de vierde winkel bestel je diezelfde 38 en krijg je hem niet over je heupen. Dat is geen inschattingsfout van jou en het ligt ook niet aan een slechte dag. Het ligt aan het feit dat het getal op dat labeltje minder betekent dan iedereen aanneemt.
Een confectiemaat is namelijk geen meetwaarde. Er bestaat wel een Europese norm die maten koppelt aan lichaamsafmetingen, maar die norm is niet verplicht en wordt lang niet overal gevolgd. Er is dus geen instantie die controleert of jouw 38 bij winkel A dezelfde taille beschrijft als de 38 bij winkel B. Elk merk beslist dat zelf, en doet dat op basis van eigen keuzes die niets met een standaard te maken hebben.
De belangrijkste van die keuzes is het pasmodel. Bijna elk merk werkt met een echte persoon of een mal die geldt als de maatvrouw voor de middenmaat, meestal een 38 of een 40. Op dat lichaam wordt het basispatroon gepast en bijgesteld tot het zit zoals de ontwerper het wil. Alle andere maten worden daarvandaan naar boven en beneden doorgerekend. Werkt merk A met een pasmodel dat 1,72 meter is met smalle heupen en merk B met iemand van 1,68 met bredere heupen, dan zijn beide 38’s correct binnen hun eigen systeem en toch totaal verschillend aan jouw lijf.
Daar komt bij hoe die andere maten worden afgeleid. Dat gebeurt met vaste stappen, en die stappen zijn per merk anders. Het ene merk laat een maat groter twee centimeter in de taille en twee in de heup toenemen, het andere twee in de taille en drie in de heup. Bij de middenmaat merk je daar weinig van, maar aan de uiteinden van het maatbereik loopt het verschil zo op. Precies daarom klagen mensen met een 34 of een 46 het vaakst dat maten nergens meer kloppen: zij zitten het verst van dat ene pasmodel af.
Dan is er de bewuste variant, die in de branche vanity sizing heet. Merken die zich op een bepaalde doelgroep richten schuiven hun maten stilletjes op zodat je in een kleiner getal past dan bij de concurrent. Het werkt, want mensen kopen liever een 38 dan een 40, ook als het exact hetzelfde kledingstuk is. Ik vind het een van de kinderachtigste dingen in de mode, maar het gebeurt en het verklaart een flink deel van het verschil tussen een merk voor twintigers en een merk dat zich op vrouwen van vijftig richt.
Ook het land van herkomst speelt mee. Merken die hun collectie in Azië laten ontwikkelen werken vaak met een basispatroon dat is gemaakt voor een ander gemiddeld postuur, met kortere mouwlengtes en een kortere rugpand. Bij Scandinavische merken zie je het omgekeerde. Het is geen kwestie van beter of slechter, het is een ander uitgangslichaam.
En dan is er nog de stof, die alle bovenstaande berekeningen alsnog kan omgooien. Een broek met vier procent elastaan valt bij dezelfde patroonmaat een halve maat ruimer dan dezelfde broek in stugge katoen. Een gebreide jurk rekt mee en vergeeft een centimeter, een gevoerde blazer doet dat niet. Bij twee kledingstukken uit dezelfde collectie, in dezelfde maat, kan het verschil in draagcomfort dus groter zijn dan tussen twee maten van hetzelfde model.
Wat een maattabel eigenlijk zegt
De meeste winkels hebben een maattabel, en die is bruikbaarder dan het maatlabel, mits je weet welk soort tabel je voor je hebt. Er zijn er twee.
De eerste geeft lichaamsmaten: dit zijn de maten van de persoon voor wie dit kledingstuk bedoeld is. Daar meet je jezelf tegen af. De tweede geeft kledingmaten, ook wel productmaten: dit zijn de maten van het kledingstuk als het plat op tafel ligt. Daar meet je een kledingstuk tegen af dat je al hebt en waarvan je weet dat het goed zit. Verwar je die twee, dan bestel je consequent een maat te groot of te klein, want in een productmaat zit al bewegingsruimte verwerkt en in een lichaamsmaat niet.
Staat er nergens bij welk type het is, dan verraadt het getal het meestal. Staat er bij een blouse maat 38 een borstwijdte van 88 centimeter, dan zijn dat lichaamsmaten. Staat er 102, dan zijn het productmaten met ruimte erin.
Welke maten je van jezelf moet weten
Meet jezelf één keer goed op met een meetlint over dunne kleding, niet over een dikke trui, en schrijf het op in je telefoon. Je hebt aan vier getallen genoeg voor bovenkleding en broeken:
- Borstwijdte: horizontaal om het volste deel, meetlint strak maar niet knellend.
- Taille: op het smalste punt, meestal net boven de navel. Adem normaal uit, niet inhouden.
- Heupwijdte: om het breedste deel van je heupen en billen, ongeveer twintig centimeter onder je taille.
- Binnenbeenlengte: van je kruis tot de grond, op blote voeten. Dit is het getal dat bepaalt of een broek in de goede lengte komt, en het is het getal dat het vaakst wordt vergeten.
Een meetlint kost bij HEMA, Action of een fournituurwinkel nog geen twee euro en gaat een leven mee. Het scheelt meer geld dan het kost, want elke retour die je hiermee voorkomt bespaart je een ritje naar het pakketpunt en bij sommige winkels ook een paar euro retourkosten.
Twee dingen die verder helpen. Lees de reviews niet op het aantal sterren maar op de opmerking of iets groot of klein valt, want die zin staat er bij een populair artikel bijna altijd tussen. En kijk of de winkel bij de modelfoto vermeldt welke lengte het model heeft en welke maat ze draagt, want dat is de enige harde referentie op de hele productpagina.
Blijft het gokken, bestel dan één maat en gebruik ruilen in plaats van retourneren. Ruilen is bij veel winkels goedkoper of zelfs gratis, terwijl bij een gewone retour vaak wel een bedrag van je terugbetaling af gaat. En weet dat je die keuze altijd hebt: de bedenktijd staat in de wet en verdwijnt niet omdat een artikel in de sale zit.







