Er is een specifiek moment van schrik dat iedereen herkent: je haalt de was uit de machine en houdt iets omhoog dat qua kleur klopt, qua model klopt en verder in geen enkel opzicht meer past. De mouwen komen tot halverwege je onderarm, de schouders knellen en het geheel voelt stugger dan het was. Voordat je hem weggooit of tot poetsdoek degradeert: in veel gevallen valt er nog wat te redden. Niet altijd, en zelden helemaal, maar vaak genoeg om er een avond aan te besteden.
Wat er precies gebeurt, bepaalt hoe goed het gaat lukken. Wolvezels hebben aan de buitenkant microscopisch kleine schubben. Warmte, water en beweging zetten die schubben open, waarna ze in elkaar haken en niet meer loslaten. Dat heet vilten, en het is de reden waarom je trui niet alleen kleiner is maar ook dichter en harder aanvoelt. Zolang het bij krimp blijft, kun je de vezels weer uit elkaar weken en oprekken. Zodra er echt gevilt is, en dat zie je aan een oppervlak waarin de steken niet meer los te onderscheiden zijn, houdt het op.
Bij welke stof het kans van slagen heeft
| Materiaal | Kans dat het lukt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Wol en merinowol | Goed, mits de steken nog zichtbaar zijn | Lauw water, nooit warm, en niet wrijven maar knijpen |
| Kasjmier en alpaca | Redelijk, maar voorzichtig | Zeer fijne vezel, rek in kleine stappen en accepteer een deel |
| Katoen en linnen | Goed, vooral bij de eerste wasbeurt | Krimpt in de lengte, rekken werkt hier het beste nat en met gewicht |
| Viscose, modal en lyocell | Matig | Nat is de vezel zwak, trek niet aan naden of schouders |
| Acryl, polyester en elastaan | Vrijwel nihil | Krimp komt hier door hitte in de vezel zelf, dat is onomkeerbaar |
| Gevilte wol | Nihil | Als het oppervlak is dichtgelopen tot vilt, is de structuur weg |
Die laatste twee regels zijn de reden dat ik sceptisch ben over de filmpjes waarin iemand met een fles crèmespoeling een gesmolten sportshirt terugtovert. Dat gebeurt niet. Wat wel gebeurt, is dat een wollen of katoenen trui die een graad of tien te warm is gewassen een groot deel van zijn maat terugkrijgt. Reken op tachtig tot negentig procent, niet op honderd, en wees vooral blij als de mouwen weer over je pols vallen.
Wat je nodig hebt
- Een teil of een schone wasbak, groot genoeg om het kledingstuk vrij te laten drijven
- Lauw water, ongeveer op lichaamstemperatuur, beslist niet warmer
- Een flinke scheut crèmespoeling, babyshampoo of wolwasmiddel, te koop bij Kruidvat, Etos, HEMA of gewoon in de supermarkt, waar merken als Robijn en Zwitsal in vrijwel elk schap staan
- Twee grote droge handdoeken, badstof werkt het beste
- Een meetlint, en als je precies wilt werken een setje spelden en een droogrek of blokkeermatten, verkrijgbaar bij handwerkwinkels en bij Action in de vorm van puzzelmatten
- Een tweede paar handen als je een lange jurk of vest wilt rekken
Zo pak je het aan
- Meet eerst wat je hebt. Leg het kledingstuk plat neer en noteer de borstwijdte, de lengte en de mouwlengte. Meet daarna een trui die wel goed past, want dat is je doel. Zonder die twee getallen weet je straks niet of je klaar bent, en rek je bijna altijd te weinig.
- Vul de teil met lauw water en los het middel op. Ongeveer een eetlepel crèmespoeling of babyshampoo per liter is genoeg. Roer het door tot het water melkig is, voordat het kledingstuk erin gaat.
- Laat het minstens twintig minuten weken. Duw het onder water en laat het vervolgens met rust. Niet kneden, niet wrijven en niet heen en weer bewegen, want juist die beweging heeft de schade veroorzaakt. De conditioner laat de vezels opzwellen en glad worden, waardoor ze langs elkaar kunnen schuiven.
- Haal het eruit zonder te wringen. Til het op met twee handen zodat het gewicht niet aan één schouder hangt, en knijp het water eruit. Leg het daarna op een handdoek, rol de handdoek op als een strudel en druk erop. Zo verlies je het meeste water zonder aan de vezels te trekken.
- Rek in stappen, niet in één ruk. Leg het natte kledingstuk op de tweede droge handdoek en trek voorzichtig aan tegenoverliggende punten: eerst de zijnaden uit elkaar, dan de schouders, dan elke mouw over de lengte. Werk in rondjes en rek per ronde een centimeter of twee. Spoel het niet uit, het restje conditioner mag erin blijven zitten.
- Speld vast en laat plat drogen. Zet de randen vast met spelden in het droogrek of de matten, controleer je maten met het meetlint en laat het liggen tot het helemaal droog is, wat een tot twee dagen kan duren. Nooit ophangen, want het gewicht van het natte textiel trekt de schouders uit. En niet bij de verwarming of in de droger, want dan begint de krimp opnieuw.
- Herhaal als het niet genoeg is. Een tweede weekbeurt de dag erna levert vaak nog een centimeter of twee op. Verder dan dat kom je meestal niet.
Als het niet lukt
Blijft de trui te klein, dan is het zonde om hem tussen de vodden te leggen. Een gekrompen wollen trui is dichter en warmer geworden en leent zich uitstekend voor een tweede leven: geef hem weg aan iemand met een kleinere maat, knip er een kussenhoes uit, of laat er bij een naaiatelier de mouwen van afzetten tot een spencer. Gevilte wol rafelt nauwelijks, wat naaien er makkelijker op maakt dan je zou denken.
Belangrijker is voorkomen dat het nog eens gebeurt, en dat begint bij het etiket. De tekens op dat labeltje zeggen exact welke temperatuur en welk programma een stof aankan, en de meeste ongelukken ontstaan doordat iemand ze nooit heeft geleerd. In het overzicht van wat de wassymbolen op het etiket betekenen staat per teken wat het toestaat, inclusief het onderscheid tussen handwas en het wolprogramma. Dat onderscheid is groter dan het lijkt: het wolprogramma van een moderne machine beweegt de trommel minder dan de meeste mensen met de hand doen.
Verder helpt het om te weten wat je in huis hebt. Een goede wollen trui gaat jaren mee en verdient een andere behandeling dan een acryl exemplaar dat je één winter draagt, iets wat goed te lezen valt in het stuk over de wollen trui als basis van de wintergarderobe. Datzelfde geldt voor sokken en fijn breigoed, waar de vezelkeuze het comfort bepaalt en de wasvoorschriften navenant strenger zijn, zoals te merken is bij fijn gebreide sokken van betere kwaliteit.
Mijn eigen vuistregel na een paar dure lessen: wol gaat bij mij niet meer in de machine, punt. Twintig minuten in de wasbak met wolwasmiddel en plat drogen op een handdoek kost minder tijd dan het redden achteraf, en het is de enige methode waarbij een trui er na drie jaar nog uitziet zoals in het pashokje. En als het toch misgaat, weet je nu dat de wasbak twee keer nuttig is: één keer om het te voorkomen, en één keer om het te repareren.









