Er zit een labeltje in je kleding waar je waarschijnlijk nooit naar kijkt, en dat is precies de reden dat je favoriete trui een maat kleiner uit de wasmachine kwam. De symbolen op een wasetiket zijn internationaal vastgelegd, ze staan altijd in dezelfde volgorde, en zodra je die volgorde kent, lees je in vijf seconden wat een kledingstuk aankan.
De vaste volgorde van vijf symbolen
Elk wasetiket toont maximaal vijf tekens, altijd in deze volgorde: wassen, bleken, drogen, strijken en professionele reiniging. Zit een symbool er niet bij, dan zegt de fabrikant er niets over en beslis jij zelf. Staat er een kruis door een symbool, dan mag het niet.
Dat klinkt strak, en het is ook strak. Wat de verwarring veroorzaakt is dat merken er soms tekst bij zetten, in het Engels of het Duits, die iets anders suggereert dan het symbool. Bij twijfel wint het symbool, want dat is de norm waar de fabrikant zich aan moet houden.
1. Het wasteiltje
Het symbool voor wassen is een teiltje met water. Het getal erin is de maximale temperatuur in graden: 30, 40, 60 of 95. Dat is een maximum, geen advies. Op 30 graden wassen mag altijd als er 40 staat.
Onder het teiltje kunnen streepjes staan. Eén streep betekent een kortere trommelbeweging, dus een fijnwas- of kreukherstellend programma. Twee strepen betekent een extra voorzichtig programma met veel water en weinig beweging, meestal het wolprogramma. Een hand in het teiltje betekent handwas op maximaal 40 graden. Een doorgekruist teiltje: niet in water, alleen naar de stomerij.
2. De driehoek
Een lege driehoek betekent dat bleken is toegestaan. Een driehoek met twee schuine strepen erin betekent: alleen zuurstofbleekmiddel, geen chloor. Een doorgekruiste driehoek betekent niet bleken. In de praktijk staat er op de meeste kleding een kruis, en dat is maar goed ook, want chloorbleek sloopt elastaan.
3. Het vierkant met de cirkel
Dit is het drogersymbool, en hier gaat het het vaakst mis. Een cirkel in een vierkant met één stip betekent drogen op lage temperatuur. Twee stippen betekent normale temperatuur. Een doorgekruist vierkant met cirkel betekent: niet in de droger. Een vierkant met een streep erin, zonder cirkel, gaat over drogen aan de lijn, en een vierkant met drie verticale strepen betekent hangend drogen zonder centrifugeren, dus druipnat ophangen.
Mijn stelling is dat de droger meer kleding heeft verwoest dan alle wasmiddelen bij elkaar. Wol krimpt, elastaan wordt slap, prints gaan barsten en katoen slijt sneller. Je ziet het niet na één keer maar na tien keer, en dan is het onomkeerbaar. Een wollen trui hoort plat te drogen op een handdoek, en dat is niet omslachtig maar simpelweg de enige manier om er jaren mee te doen. Wie een goede wollen trui koopt en hem daarna in de droger gooit, heeft geld weggegooid.
4. Het strijkijzer
Eén stip betekent maximaal 110 graden en geen stoom, geschikt voor synthetische stoffen. Twee stippen is 150 graden, voor wol en polyester. Drie stippen is 200 graden, voor katoen en linnen. Een doorgekruist strijkijzer betekent niet strijken, en een strijkijzer met doorgekruiste stoomstreepjes betekent wel strijken maar zonder stoom.
5. De cirkel
De laatste cirkel is voor de stomerij en niet voor jou. De letter erin, een P of een F, vertelt de professional welk oplosmiddel hij mag gebruiken. Een doorgekruiste cirkel betekent dat ook chemisch reinigen niet mag, en dan blijft er weinig over behalve voorzichtig handwassen.
Zo lees je een etiket in de praktijk
- Zoek het etiket op. Meestal in de zijnaad ter hoogte van de heup, bij truien in de nek, bij ondergoed soms gedrukt op de stof zelf.
- Kijk eerst naar het teiltje. De temperatuur bepaalt bij welke andere was dit stuk kan.
- Kijk daarna naar het drogersymbool. Is dat doorgekruist, leg het stuk dan meteen apart op een aparte stapel, want anders belandt het toch in de trommel.
- Sorteer op programma, niet op kleur alleen. Een zwarte katoenen broek en een zwarte wollen trui horen niet in dezelfde wasbeurt, ook al zijn ze allebei zwart.
- Draai kleding met print of donkere kleur binnenstebuiten. Dat scheelt zichtbare slijtage, zeker bij jeans.
- Zit er geen etiket in? Ga uit van het voorzichtigste scenario: 30 graden, fijnwas, niet in de droger.
Wat je in huis wilt hebben
- Een waszakje met fijne mazen voor beha’s, sokken en fijne breisels. Te koop bij HEMA, Blokker, Action en Ikea, vanaf ongeveer drie euro.
- Wolwasmiddel zonder enzymen. Enzymen breken eiwitten af, en wol en zijde bestaan uit eiwit. Verkrijgbaar bij elke supermarkt en drogist.
- Een droogrek dat plat kan staan of een grote handdoek om truien op te drogen.
- Een pluizenscheerder voor truien die gaan pillen. Kost rond de vijftien euro bij Coolblue, bol.com of de huishoudafdeling van de Blokker.
- Een stoomstrijkijzer met temperatuurregeling in stappen, niet alleen een standje hoog en laag.
De drie fouten die kleding het snelst slopen
De eerste is te vol laden. Een propvolle trommel wast slechter en schuurt meer. Als je vuist er niet meer bovenop past, zit er te veel in.
De tweede is te veel wasmiddel. Overtollig middel spoelt niet weg en laat een laagje achter dat stof stug maakt en geuren vasthoudt. Doseer op de hardheid van je water, niet op gevoel. Milieu Centraal legt uit hoeveel je werkelijk nodig hebt en wat een lagere wastemperatuur scheelt.
De derde is alles te vaak wassen. Een spijkerbroek hoeft niet na elke draagbeurt, een wollen trui al helemaal niet. Wol reinigt zichzelf grotendeels door een nacht luchten bij een open raam. Dat geldt ook voor sokken van goede kwaliteit, waar het verschil tussen materialen direct te voelen is: hoe beter het garen, hoe minder wasbeurten het nodig heeft.
Wat dit oplevert
Kleding gaat langer mee als je hem koeler wast, minder vaak wast en niet droogt. Dat is geen ingewikkelde theorie, en het scheelt zowel geld als een kast vol stukken die eruitzien alsof ze op zijn terwijl ze dat niet zijn. Wie een dure aankoop doet, een jas bijvoorbeeld, wil weten hoe hij die tien seizoenen goed houdt: bij een winterjas zit het onderhoud vaak in een aparte instructie op een tweede label, en juist die wordt overgeslagen.
Vijf symbolen, één vaste volgorde. Meer heb je niet nodig om te weten wat een kledingstuk aankan.









