Ik koop al jaren broeken die te lang zijn. Niet uit onhandigheid maar omdat het moet: alles wat in de winkel bij mijn heupmaat past, komt standaard met een pijp die vier centimeter over de grond sleept. Jarenlang loste ik dat op door ze op te rollen, wat prima is bij een jeans en belachelijk staat bij een nette pantalon. Sinds ik weet hoe een plakzoom werkt, ligt er geen enkele broek meer te wachten op een naaiatelier.
Een plakzoom is een strook lijmvlies, meestal een centimeter of twee breed, die je tussen de omgeslagen zoom en de broekspijp legt. Onder een heet strijkijzer met stoom smelt die lijm en plakt de twee stoflagen aan elkaar. Je hebt er geen naaimachine voor nodig en ook geen naaitalent, alleen geduld bij het opmeten. Wat je wel moet weten, is wanneer het werkt en wanneer je beter iemand anders eraan zet, want op de verkeerde stof laat het na drie wasbeurten weer los.
Wat je nodig hebt
- Een rol plakzoom of zoomband (in de fournituren ook wel zoomvlieseline genoemd), breedte 1 tot 2 cm
- Een strijkijzer met stoom en een strijkplank
- Een persdoek of een schone theedoek
- Een meetlint of een rolmaat
- Spelden, of anders wasknijpers als je geen spelden in huis hebt
- Kleermakerskrijt, een stukje zeep of een potlood dat licht schrijft
- Een scherpe stofschaar
- Een tornmesje, alleen als je een bestaande zoom eerst los moet halen
De plakzoom zelf ligt bij de HEMA, de Action, de Zeeman, de Wibra en de Xenos bij de naai-artikelen, meestal voor twee tot vier euro per rol, en die rol is genoeg voor drie of vier broeken. Bij een fournituren- of handwerkwinkel vind je de merkversies zoals Vlieseline, die dikker zijn en beter blijven zitten op zwaardere stof; online verkopen Sanders Fournituren en Wolplein hetzelfde. Kleermakerskrijt en een fatsoenlijke stofschaar haal je ook daar of bij de Blokker. Heb je alleen een keukenschaar, koop dan echt een stofschaar: met een botte schaar krijg je een rafelige rand die onder de zoom uit gaat piepen.
Werkt het op jouw broek?
| Stof | Wat te doen |
|---|---|
| Katoen, linnen, chino, katoenen pantalon | Plakzoom werkt hier het beste en houdt jaren |
| Jeans, lichte tot middelzware denim | Werkt, mits je goed doorstoomt en de zoom niet te dik omslaat |
| Zware, stugge denim of werkbroek | Liever laten stikken, de lijm komt op de dikke naad los |
| Wol en wolmix (nette pantalon) | Kan, maar altijd met een persdoek ertussen en op de wolstand |
| Jersey, tricot en alles met veel elastaan | Niet doen, de lijm rekt niet mee en de zoom gaat golven |
| Kunstleer, coating, waterafstotende stof | Niet doen, de hitte beschadigt de laag |
Die laatste twee regels zijn geen overdreven waarschuwing. Ik heb ooit een joggingbroek van dunne tricot geprobeerd en het resultaat was een pijp met een rand die eruitzag als een golfplaat. Kijk voor de zekerheid ook even naar het strijksymbool in het label: staat daar een strijkijzer met één stip, dan mag de stof maar tot ongeveer honderd graden en gaat een plakzoom die op stoomtemperatuur moet smelten je niet lukken.
In zeven stappen korter
- Was de broek eerst. Nieuwe katoen en denim krimpen in de eerste wasbeurt, soms een hele centimeter. Kort je hem eerst en was je hem daarna, dan is hij ineens te kort en dat kun je niet terugdraaien.
- Trek de broek aan met de schoenen die je erbij draagt. Dit is de stap die iedereen overslaat en die het verschil maakt: op sokken meet je zo twee centimeter mis. Ga rechtop staan en laat iemand anders kijken, of ga voor een spiegel staan.
- Sla de pijp om tot de lengte die je wilt en speld hem vast. Doe dit aan beide pijpen apart, want de meeste mensen hebben een been dat een halve centimeter korter is. Loop een rondje door de kamer en kijk of het nog klopt.
- Meet de omslag op en trek de broek uit. Leg hem plat, meet vanaf de onderkant van de oude pijp hoeveel je hebt omgeslagen en teken die lijn rondom af met krijt. Reken vanaf die vouwlijn nog 3 cm extra naar beneden: dat is je zoomtoeslag, de strook die straks binnenin zit.
- Knip de rest eraf. Knip in één rustige beweging langs de lijn, met de stof plat op tafel en niet in de lucht. Heeft de broek al een omgestikte zoom, haal die dan eerst los met het tornmesje en strijk de oude vouw glad, anders krijg je later een rand die niet weg te strijken is.
- Vouw de zoom om en leg de plakzoom ertussen. Sla de 3 cm naar binnen om, strijk de vouw eerst even scherp zonder lijm, en leg dan de strook plakzoom vlak onder de bovenrand van de omslag. Zorg dat de strook niet buiten de omslag uitsteekt, want lijm op je strijkijzer krijg je er nauwelijks meer af.
- Strijken en laten afkoelen. Leg de persdoek erover, zet het strijkijzer met stoom op de stof en houd hem ongeveer tien seconden stil op één plek. Niet heen en weer schuiven, want dan verschuift de lijm mee. Til op, schuif een stuk op, en herhaal rondom. Laat de pijp daarna plat liggen tot hij helemaal koud is, want de lijm hecht pas bij het afkoelen. Aan die laatste zin heb ik zelf het meest gehad: mijn eerste poging ging los omdat ik de broek meteen aantrok.
Wanneer je hem beter wegbrengt
Bij een jeans waar je de originele zoom wilt behouden, die dikke dubbel gestikte rand met het lichtere garen, kom je met plakzoom niet ver. Daar moet de pijp opgevouwen en van binnenuit gestikt worden zodat de oorspronkelijke rand onderaan blijft, en dat is echt machinewerk. Hetzelfde geldt voor een pantalon van een pak, waar de val van de pijp meetelt en een verkeerde zoom je meteen verraadt, en voor stoffen met een voering.
Een kledingreparatiezaak of het naaiatelier bij de stomerij vraagt daar meestal tussen de twaalf en de twintig euro voor, en bij een nette broek van honderd euro is dat het waard. Ik doe zelf alles wat katoen is met plakzoom en breng alleen mijn pantalons weg. Dat is geen principe maar rekenwerk: de tijd die ik erin stop moet in verhouding staan tot wat er misgaat als het scheef zit.
Waar het vooral om gaat, is dat een broek die niet past niet meteen een mislukte aankoop is. Dat geldt net zo goed voor de rits die klemt, die je bijna altijd zelf weer aan de praat krijgt. En een broek die je alsnog niet meer draagt, hoeft ook niet in de zak naar de kringloop: er zijn genoeg manieren om oude kleding een tweede leven te geven. Bij een bootcut let je er alleen op dat je niet te veel weghaalt: die vorm loopt naar onderen uit, en met drie centimeter eraf verandert de hele lijn van het model.
Zelf houd ik altijd één rol plakzoom in de kast, naast het strijkijzer. Het kost een tientje aan spullen om te beginnen en daarna kun je elke katoenen broek in een halfuur op maat maken. Dat is precies genoeg drempelverlaging om het ook echt te doen in plaats van de broek nog een seizoen om te slaan.







