Ik heb het zelf jarenlang gedaan zonder er ooit bij stil te staan. Een broek in 38 en in 40, want je weet maar nooit. Een jurk in twee kleuren, want op de foto is het verschil toch niet te zien. En dan thuis rustig passen, één houden, de rest terug. Het voelde als slim winkelen. Geen reistijd, geen pashokje met slecht licht, geen verkoopster die vraagt of het al wat is terwijl je met je armen omhoog vastzit in een jurk.
Wie de retour eigenlijk betaalt
Wat ik toen niet doorhad, is dat ik daarmee eigenlijk een pashokje aan het bestellen was en er niet voor betaalde. De winkel wel. Elk pakket dat terugkomt moet worden geopend, gecontroleerd, opnieuw gevouwen, opnieuw gelabeld en teruggezet. Bij kleding komt daar nog bij dat iemand moet beoordelen of het echt alleen gepast is. Dat is werk, dat zijn mensen, en dat kost meer dan het bedrag dat winkels tegenwoordig van je terugbetaling afhalen. Die twee, drie euro die je soms betaalt is geen kostendekkende vergoeding, dat is een tikje op je vingers.
En hier komt het deel waar ik mezelf betrapte: die kosten verdwijnen niet. Ze gaan ergens heen. Ze gaan naar de prijs van de kleding die ik wel houd, ze gaan naar duurdere verzending, ze gaan naar winkels die uiteindelijk hun retourtermijn inkorten omdat het anders niet uitkomt. De winkels die de afgelopen jaren van honderd dagen naar dertig gingen, deden dat niet omdat ze klanten wilden pesten. Ik heb dus jarenlang gedacht dat ik gratis paste, terwijl ik gewoon vooruitbetaalde.
Wat er met teruggestuurde kleding gebeurt
Er is ook een kant die minder over geld gaat. Een deel van wat er terugkomt gaat niet terug de winkel in. Niet omdat winkels dat leuk vinden, maar omdat een artikel dat door drie handen is gegaan en waarvan het kaartje half loshangt niet meer als nieuw verkocht kan worden. Wat er dan gebeurt varieert van afprijzen tot doorverkopen aan partijhandel tot, in het slechtste geval, weggooien. Elke keer als ik dat hoor, denk ik aan die twee broeken op mijn bed waarvan er één nog geen tien minuten aan heeft gezeten.
Hoe ik nu bestel
Ik ben niet van plan om te doen alsof ik dit heb opgelost. Ik bestel nog steeds online, ik pas nog steeds thuis, en er gaat nog steeds weleens iets terug. Wat wel veranderd is, is dat ik het niet meer standaard doe. Ik kijk eerst in de maattabel van die specifieke winkel in plaats van te vertrouwen op de maat die ik in mijn hoofd heb, want maat 38 valt bij elke winkel anders en dat is precies waarom we in twee maten zijn gaan bestellen. Ik lees de reviews op de vraag of iets groot of klein valt, niet op de sterren. En als ik echt geen idee heb, bestel ik één maat en accepteer ik dat ik misschien een keer moet ruilen. Ruilen is bij veel winkels goedkoper dan retourneren, en soms zelfs gratis.
Dat scheelt me per bestelling misschien een tientje en een ritje naar het pakketpunt. Dat is geen wereldschokkende besparing. Maar het bevalt me beter dan de stapel van vier pakketten die ik vroeger bij mijn buurvrouw ophaalde en waarvan er drie diezelfde week weer weggingen. Dat was geen winkelen meer, dat was een logistiek project waar ik zelf de onbetaalde medewerker in was.
Terugsturen mag, inbouwen is iets anders
Wat ik anderen zou aanraden is niet om te stoppen met terugsturen. Dat recht heb je, het staat in de wet, en het is er niet voor niets: je kunt online nu eenmaal niet voelen hoe iets zit. Maar er is een verschil tussen terugsturen omdat iets tegenviel en terugsturen inbouwen in hoe je bestelt. Het eerste is waar de regeling voor bedoeld is. Het tweede is iets wat we met z’n allen normaal hebben gevonden, en de rekening daarvan ligt inmiddels gewoon weer op onze eigen mat.










